Charter Vrouwenkracht is Vredesmacht
Met dit Charter Vrouwenkracht is Vredesmacht eisen wij in eerste instantie van de Belgische regering een stevig vredesbeleid waarin – meer dan nu - vrouwen een rol spelen. Uiteraard willen wij ook actie voeren rond het thema “vrouwen en vrede” en wij willen dat Vlaamse organisaties dit meenemen in alles wat ze doen of denken. Waarom nu?
Op 16 oktober 2006 werd België gekozen tot niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad voor 2007-2008. Tijdens deze periode willen wij ervoor zorgen dat België in de Veiligheidsraad het thema ‘vrouwen en vrede’ naar voor schuift. Wij vragen dus meer aandacht voor de toepassing van Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad, niet alleen op internationaal vlak, maar ook in ons land. Resolutie 1325?
Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad, aanvaard op 31 oktober 2000, is een mijlpaal in de erkenning van de rol van vrouwen bij de consolidatie van vrede.
Resolutie 1325 biedt een beleidskader met een strategie voor vredesopbouw, gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling;
pleit voor de evenwichtige deelname van vrouwen in vredesonderhandelingen;
bevestigt de noodzaak om vrouwen en meisjes te beschermen tegen geweld en het schenden van hun rechten;
onderstreept het belang van gendermainstreaming in conflictpreventie, vredesonderhandelingen, vredesoperaties, humanitaire hulp, naoorlogse wederopbouw en in demobiliserings-, en reïntegratie- en ontwapeningsinitiatieven.
Download de officiële Resolutie 1325-tekst (Engelstalige tekst van de VN). Download de vertaling in het Nederlands. Waarom is 1325 nodig?
Vrouwen worden traditioneel voorgesteld als slachtoffer van de oorlog. Maar dat beeld klopt slechts gedeeltelijk. Een studie van het Nederlandse instituut Clingendael toont aan dat vrouwen in tijden van oorlog verschillende rollen kunnen hebben: zij zijn niet alleen slachtoffers van (seksueel) geweld, maar ook strijdsters, vredesactivistes, bemiddelaarsters voor vrede in formele vredesonderhandelingen, overlevers, kostwinners op de arbeidsmarkt.
Uiteraard is het zo dat oorlog en gewapende conflicten mannen én vrouwen treffen, maar het effect op vrouwen en meisjes is vaak bijzonder verwoestend. Vrouwen en mannen ervaren vredesopbouw anders en schuiven andere prioriteiten en oplossingen naar voor. De gelijke deelname van vrouwen en hun volledige betrokkenheid in het vredesproces is daarom niet alleen een recht maar ook een must om vrede te bereiken, te behouden en te promoten. Vandaar Resolutie 1325.
Maar, zes jaar na de unanieme aanvaarding van Resolutie 1325, wordt de vredeskracht van vrouwen nog altijd onvoldoende aangewend. Cijfers bewijzen! Het aantal burgerslachtoffers, vooral vrouwen en kinderen, is tijdens hedendaagse conflicten opgelopen tot 90%. Tijdens WOI waren dat er maar 15%. Meer nog, vrouwen zijn zelfs een uitgekozen doelwit in de conflictgebieden van Afghanistan, Irak, Somalië, DRC en Soedan (Darfur).
75% van de vluchtelingen zijn vrouwen en kinderen.
Seksueel geweld wordt meer en meer een strategisch oorlogswapen. Na de oorlog in Bosnië-Herzegovina (1991-1995) bleek dat ongeveer 40000 vrouwen massaal en systematisch verkracht waren.
Vrouwen worden zelden als vredesactor erkend... slechts elf vrouwen wonnen de Nobelprijs voor de vrede, dat terwijl de Nobelprijs toch al 105 jaar bestaat. Onder hen o.a. Moeder Theresa, Aung San Suu Kyi, Wangaari Maathai, Shirin Ebadi en Jody Williams.
Vrouwen als vredesactoren:
In de VN: bij de huidige 16 VN-vredesoperaties staan slechts twee vrouwen aan het hoofd van een vredesmissie. Drie vrouwen zijn vice-speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal. Circa de helft van de vredesoperaties is uitgerust met een adviesorgaan voor de genderproblematiek. Nog heel wat werk aan de winkel bij de VN zelf!
Wereldwijd: vrouwen maken 25% uit van de burgerlijke staf, 4% van de burgerlijke politie en 1,5% van het militair personeel.
België: in 2005 omvatten de Belgische vredesmissies gemiddeld 2,3% vrouwen. Militaire vrouwen vertegenwoordigen 8,3% van het totale vredesbestand. Anno 2006 bestaat het Belgische diplomatieke korps uit 14% vrouwen.
Wat doet België met 1325?
Verschillende internationale instellingen en organisaties roepen landen op om resolutie 1325 te concretiseren in eigen beleid. Tot nu toe hebben enkel Zweden, Noorwegen, Denemarken, Verenigd Koninkrijk en Nederland een nationaal actieplan opgesteld.
De Belgische regering hinkt wat achterop, ondanks de resolutie gestemd in de senaat die België aanbeveelt een nationaal actieplan op te stellen en de goede adviezen van de Raad van de Gelijke kansen voor Mannen en Vrouwen en de Commissie Vrouwen en Ontwikkeling.
In Vlaanderen bracht de Vlaamse Vredesweek, een platform van Vlaamse vredes- en vrouwenorganisaties het thema ‘vrouwen en vrede’ in 2004 ruim onder de belangstelling. Ook tijdens deze campagne werd de toepassing van Resolutie 1325 op tafel gelegd. Wat eisen wij?
Wij eisen dat België de aandacht voor vrouwen in het vredesproces bovenaan op de politieke agenda zet en een voorbeeldfunctie opneemt in de Veiligheidsraad. Wij willen dat de Belgische regering van Resolutie 1325 een prioriteit maakt door:
een nationaal actieplan op te stellen voor de toepassing van Resolutie 1325;
te ijveren voor een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen in vredesonderhandelingen, buitenlands beleid, diplomatieke vertegenwoordigingen en andere besluitvormingsorganen, plus een grotere deelname van vrouwen in het leger, politie en vredesmissies;
te investeren in kennis en expertise van gender en conflict bij mannen én vrouwen in de administraties van buitenlandse zaken, ontwikkelingssamenwerking en defensie;
de gendertoets toe te passen in alle programma’s van ontwikkelingssamenwerking en vooral in de hulpprogramma's voor gebieden die uit een conflictsituatie komen;
structureel te overleggen met lokale vrouwen en vrouwenorganisaties bij vredesmissies in conflictgebieden en maatregelen te nemen die hun inbreng kunnen versterken;
meer aandacht te besteden aan vrouwen en meisjes in DDR-programma’s (Demobilisation, Disarmament, Reintegration);
in postconflictsituaties prioriteit te geven aan drie uitdagingen:
de strijd tegen onveiligheid (Darfur, Liberia en DRCongo), niet alleen fysieke onveiligheid maar ook financiële onzekerheid,
de duurzame steun aan het politieke proces (bijvoorbeeld de quota in het parlement van Afghanistan) en
het wijzigen van discriminerende wetten (bijvoorbeeld het recht van vrouwen om grond te erven).
de strijd tegen de straffeloosheid en het gebruik van seksueel geweld als oorlogswapen hoog op de agenda van de VN-Veiligheidsraad te plaatsen;
er naar te streven dat er meer Belgische vrouwen worden opgegeven als kandidaat voor de VN-Expertenlijst Vrede & Veiligheid;
voor al deze zaken voldoende middelen (geld/mensen/tijd...) vrij te maken.