Nieuws
08-03-2007
toespraak Francy Van der Wildt, voorzitter Vrouwenraad, bij ondertekening Charter
Mijnheer de Minister, Generaal, dames en heren,

Het leger roept niet onmiddellijk het meest vrouwvriendelijke imago voor de geest. Het is dan ook niet evident om op 8 maart, Internationale Vrouwendag, wereldwijd in het teken van mensenrechten van vrouwen en van de strijd tegen geweld op vrouwen, het leger en feminisme samen te brengen.

Het antimilitaristisch karakter van de vrouwenbeweging wordt vandaag echter verbonden aan de intenties van het leger, intenties die wij toejuichen en zelfs in een overeenkomst hebben gegoten.

Samenwerking tussen leger en vrouwenbeweging heeft geleid tot een verrassend initiatief dat defensie en vrouwen samen op de barricaden brengt voor de strijd van vrouwenrechten, mensenrechten en gelijke rechten voor mannen en vrouwen.

Het charter van de Belgische Defensie voor gelijkheid man/vrouw dat hier vandaag ter ondertekening voorligt, is een belangrijk positief signaal naar de vrouwenbeweging en naar de publieke opinie en kan als voorbeeld dienen voor andere departementen en andere landen.

Dit charter bevat 10 artikels die vooral het engagement van defensie naar de gelijke behandeling van m/v intern willen vastleggen en structureren. De interne aanpak zal toonaangevend zijn in die zin dat elke maatregel genomen door het leger zal doorgelicht en getoetst worden op effecten om de gelijke of ongelijke positie van mannen en vrouwen te veranderen. Gendermainstreaming wordt in praktijk omgezet.
Het leger behoudt wel de autonomie om zelf te bepalen welke acties zullen ondernomen worden. De vrouwenbeweging vertrouwt hierop omdat tegelijkertijd de politieke wil wordt uitgesproken om deze actieplannen te concretiseren en personeel te sensibiliseren.


De uitvoering van Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad wordt uitdrukkelijk vermeld en uitgeschreven en dat is voor de vrouwenbeweging eigenlijk het belangrijkste artikel uit het charter.

Dit charter is daarom een belangrijke stap in de goede richting, als een duurzaam engagement waarmee defensie als eerste gevolg geeft aan onze oproep van ‘vrouwenkracht is vredesmacht’, om een actieplan voor de implementatie van Resolutie 1325 uit te werken. Wij zullen dit engagement, zoals voorzien, ook in de toekomst van nabij opvolgen en mee vormgeven. Ik kijk dan ook uit naar het verdere overleg met defensie, waarin de principes van het charter geconcretiseerd zullen worden in een actieplan.

Dergelijk actieplan is van levensbelang voor vele duizenden vrouwen en meisjes. De uitvoering van Resolutie 1325 is immers van cruciaal belang voor de erkenning van hun mensenrechten en vrijheden. Vanuit het perspectief van gelijkheid in vredesprocessen en in de naoorlogse heropbouw van staten en van de samenleving hebben vrouwen in dat kader een rol te vervullen die tot nu toe ontkend werd en onbenut is gelaten. Dit plan kan hét verschil maken op het terrein. De meeste oorlogen spelen zich immers af in landen en gebieden waar vrouwen en meisjes nauwelijks rechten hebben, waar discriminatie en geweld op vrouwen en meisjes behoren tot de dagelijkse realiteit, waar zij niet van tel zijn en hun stem niet of nauwelijks wordt gehoord. Resolutie 1325 biedt hiervoor een tegengif. Als het Belgische Leger bij buitenlandse operaties prioriteit geeft aan het toepassen van deze resolutie, dan worden vrouwen in de betrokken gebieden door onze militairen kansen gegeven op inspraak en inbreng in de vreedzame wederopbouw van hun land.

Een blik op recente vredesonderhandelingen en vredesonderhandelaars (ik denkbvb. aan Afghanistan, Irak, Israël, Palestina...) en op overlegstructuren zoals de VN-Veiligheidsraad, de NATO en de OVSE (Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa), leert ons dat deze onderhandelingstafels nog steeds mannenbastions zijn.


De vredeskracht van vrouwen mag al sterk zijn, waarom zien we dan zo weinig vrouwen bij vredesonderhandelingen en in het centrum van het heropbouwproces van staten? En waarom worden hun inzichten en noden in demobilisatie en peacekeeping, in hulp- en heropbouwprogramma’s zo vaak over het hoofd gezien?
De redenen hiertoe zijn velerlei en gekend. Belangrijk voor vandaag is de vaststelling dat hiervoor een oplossing voorhanden is. Resolutie 1325 geeft erkenning aan de rol en rechten van vrouwen om mee te beslissen over hun toekomst en over de toekomst van hun land en verschaft hiervoor een beleidskader.

Maar daarnaast is de integrale uitvoering van Resolutie 1325 ook hét middel om vredesprocessen te versterken en om de fundamenten voor duurzame ontwikkeling van de samenleving te verankeren. De aanwezigheid en inbreng van vrouwen in alle aspecten en fasen van het vredesproces is een sterke kracht in de overgang van de logica van de macht en het recht van de sterkste naar de kracht van wederzijds respect en verdraagzaamheid, waarin dialoog en respect voor mensenrechten het geweld vervangen. Gelijke rechten en gelijke kansen voor vrouwen en mannen is hiervan een essentieel onderdeel. De inzet van dit engagement van vandaag is dus hoog.

Mijnheer de Minister, Generaal, wij weten dat naar zijn juiste proporties en waarde te schatten.

Tot slot. Op 31 oktober 2000 werd geschiedenis geschreven toen de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1325 over ‘vrouwen, vrede en veiligheid’ aanvaardde. Vandaag schrijven wij met dit Charter geschiedenis in België. Ik ben dan ook zeer verheugd dat ik hier, als voorzitter van de Vrouwenraad, de koepelorganisatie van de Nederlandstalige vrouwenorganisaties, deze verbintenis van de Belgische Defensie, die wij samen hebben voorbereid, mee mag onderschrijven, als bevoorrechte getuige van dit engagement.

Francy Van der Wildt
voorzitter Nederlandstalige Vrouwenraad



Terug naar het nieuws-overzicht